‘De natuur als uitvinder’ is nu verkrijgbaar. Ga voor meer informatie of om het boek te bestellen naar www.denatuuralsuitvinder.nl.

Bluff your way into … bekende wetten

Het werk van je collega Bob kun je verklaren met het Peter Principe, complotdenkers moeten eens onder het scheermes van Occam en het glazen plafond is wellicht het resultaat van de wet van Sullerot. Heel leuk allemaal, maar waar gaat dit over? Tien wetten om mee te kunnen praten.

1 De wet van Murphy (en die van bedrog en de grote getallen)
2 De wet van Moore
3 Paretoprincipe ofwel de 80 – 20 regel
4 Occams scheermes (en KISS!)
5 Het Peter Principe
6 De wet van Sullerot
7 De wet van de remmende voorsprong
8 De wet van Godwin
9 De wet van Parkinson (en die van de goudviskom)
10 De wet van Benford

1 De wet van Murphy (en die van bedrog en de grote getallen)
Dit is waarschijnlijk de bekendste wet en werd bedacht door de Amerikaanse ruimtevaartingenieur Edward Murphy. Officieel luidt de wet: als er meer dan één manier is om een taak te doen en één van die manieren zal in een ramp resulteren, dan zal iemand het zo doen. Zo kies je in de supermarkt de langzaamste rij en neemt, lollig gezegd, de kans dat je boterham met de besmeerde kant op de grond valt toe naarmate de vloerbedekking duurder is.

Meer populair gezegd zegt de wet: alles wat mis kan gaan, zal mis gaan. Strikt genomen is dit echter de wet van bedrog (ook bekend als de wet van Finagle): Als iets mis kan gaan, dan gaat het mis en wel op het slechtst denkbare moment. Je bent een geordend mens en je weet altijd waar je autosleutels zijn, behalve die ene keer dat je met grote spoed je zwangere vrouw naar het ziekenhuis moet brengen.

Het subtiele verschil tussen de wet van Murphy (kans) en de wet van bedrog (stelligheid) zit hem in de wet van de grote getallen: als een gebeurtenis zich een oneindig aantal keer herhaalt en iedere keer is er een kleine kans dat iets misgaat, dan gaat het vroeg of laat een keer mis. In de gezondheidszorg bijvoorbeeld zijn er vele controles en voorzorgsmaatregelen om fouten te voorkomen, maar heel af en toe gaat er toch eens een keer iets mis: verkeerd medicijn, verkeerde dosis of bloed met de verkeerde bloedroep.

2 De wet van Moore
Een andere gouwe ouwe onder de managementwetten is natuurlijk de wet van Moore. Deze medeoprichter van Intel voorspelde in 1965 dat de snelheid van computers of beter gezegd, het aantal transistors die op hetzelfde chip-oppervlak geplaatst (geïntegreerd) kunnen worden, ieder jaar verdubbeld. Later werd dit nog bijgesteld tot 18 maanden. Deze wet heeft al die tijd wonderbaarlijk stand weten te houden, alhoewel ze nu tegen fysische limieten aan gaat lopen. Een transistor maken van een paar atomen hebben we nog niet echt onder de knie.

3 Paretoprincipe ofwel de 80 – 20 regel
Rond 1900 stelde de Italiaan Vilfredo Pareto dat 20% van de Italianen 80% van de bezittingen van het land in handen had. Deze regel blijkt (min of meer) op veel meer zaken van toepassing te zijn: bij softwareontwikkeling wordt 80% van het werk besteed aan 20% van de functionaliteit, veroorzaakt 20% van de automobilisten 80% van de ongelukken, wordt 80% van de omzet behaald met slechts 20% van de bedrijfsactiviteiten en draag je 80% van de tijd slechts 20% van de kleding in je klerenkast.

Deze wet gaat bij de meesten tegen hun intuïtie in. Je zou verwachten dat 50% van de activiteiten ook 50% van het resultaat levert. In de praktijk blijkt dus echter dat een gering aantal oorzaken (beperkte input of moeite), verantwoordelijk is voor het merendeel van de resultaten (output of beloning).

4 Occams scheermes (en KISS!)
De Engelse monnik Ockham heeft in de 14e eeuw in feite al KISS! uitgevonden: keep it simple stupid! Zijn principe zegt: men moet entiteiten (objecten) niet verveelvoudigen zonder noodzaak. Simpel gezegd komt zijn stelling neer op: Men moet de dingen niet ingewikkelder maken dan nodig is. Als men iets probeert te verklaren of voorspellen en er zijn meerdere theorieën die evengoed werken, neem dan de theorie die het simpelst is, dus die de minste aannames maakt en de minste objecten bevat. Het scheermes schaaft als een kaasschaaf alle onnodige en ingewikkelde zaken weg.

Complotdenkers hebben duidelijk nog niet van dit principe gehoord. Zij zijn bij uitstek in staat veel aannames te doen (al dan niet logisch) en uitgebreide en ingewikkelde redeneringen op te zetten waarbij een grote scheut “leading the witness” niet mag ontbreken.

5 Het Peter Principe
Laurence Peter is niet gespeend van menselijk zelfspot bij het formuleren van het naar hem genoemde principe: In een hiërarchie streeft een individu naar het bereiken van zijn/haar niveau van incompetentie. Binnen het bedrijf groeit men door zolang men de functies nog aankan. De groei stopt op het moment dat de medewerker een functie heeft die hij/zij niet aankan. En blijft daar vaak zitten, met alle negatieve gevolgen voor de organisatie, collega’s en het individu zelf.

Het Peter Principe verklaard hiermee waarom er zoveel mismanagement en incompetentie is en waarom zoveel dingen onnodig misgaan. Het bekende voorbeeld is dat de beste timmerman wordt gepromoveerd tot de baas van de timmermannen, terwijl de beste timmerman niet kan en wil managen en beter gewoon de beste timmerman had kunnen blijven. Je mist nu een goede timmerman en je hebt een incompetente manager erbij.

6 De wet van Sullerot
Volgens deze wet, genoemd naar de Franse sociologe Evelyn Sullerot geldt: treden meer vrouwen toe tot een beroepsgroep, dan daalt de status ervan. Dit brengt met zich mee dat steeds minder mannen interesse vertonen voor dat vak of dat taken worden herordend op een zodanige manier dat de taken met een hogere status worden afgezonderd en vooral aan mannen worden toebedeeld: het instellen van een (nieuwe) laag in de organisatie die alleen door mannen of grotendeels door mannen wordt bevolkt.

Het tegenovergestelde geldt ook: op gebieden waar mannen een vrouwendomein zijn binnengedrongen, bijvoorbeeld de verpleegkunde, wint dat vak aanzienlijk aan status én salariëring.

Volgens sommigen geldt de wet juist andersom en komen vrouwen voor een beroep pas in aanmerking als het al in aanzien is gedaald. Mannen willen een baan met macht en aanzien, vrouwen volgen hun roeping.

7 De wet van de remmende voorsprong
De Nederlandse historicus Jan Romein bedacht deze wet al in de jaren ’30. De wet komt erop neer dat wie op zijn lauweren rust vanwege de voorsprong die hij heeft op zijn concurrenten uiteindelijk links en rechts ingehaald zal worden. Door de voorsprong voelt het bedrijf zich onbereikbaar en verdwijnt de stimulans om door te blijven ontwikkelen.
Het is, bij wijze van spreken, niet zo moeilijk om een keer iets innovatiefs te doen, de kunst is om voortdurend innovatief te zijn en de voorsprong te behouden.

Kijk bijvoorbeeld naar TomTom, ooit het schoolvoorbeeld van een geweldige innovatie en veel succes. Nu moet ze echter alle zeilen bijzetten om te overleven in de strijd tegen concurrent Garmin en gratis navigatiesoftware op mobieltjes.

8 De wet van Godwin
Deze wet is misschien wat vreemd, maar zal voor vele mensen heel herkenbaar zijn. De wet stelt: naarmate een online discussie (op Internet) langer duurt, wordt de kans dat iets of iemand wordt vergeleken met de nazi’s of Hitler gelijk aan 100%.

Discussies die lang duren zijn meestal discussies waar men het niet met elkaar eens is. Als je het allemaal met elkaar eens bent, ben je snel uitgepraat immers. En als niemand denkt: “joh, wat jij wilt”, gaat de discussie maar door, wordt steeds grimmiger, gaat over van eigenlijk naar oneigenlijk argumenten om te belanden bij van dik hout zaagt men planken en de onvermijdelijke vergelijking met het Derde Rijk.

9 De wet van Parkinson (en die van de goudviskom)
De Brit Parkinson nam in de jaren ’50 waar dat het ambtelijk apparaat van het Ministerie van Koloniën toe was genomen terwijl het aantal Britse koloniën juist was afgenomen. Volgens zijn berekeningen neemt het aantal werknemers in een bureaucratie met 5 tot 7% toe per jaar, helemaal los van het zinvolle werk dat daadwerkelijk uitgevoerd moet worden. Hij verklaarde dit als volgt: een ambtenaar (manager) wil meer ondergeschikten (en minder rivalen) en medewerkers houden elkaar bezig. Dit noemde hij de Wet van Parkinson: Arbeid dijt uit naarmate er meer tijd beschikbaar is voor zijn voltooiing.

Wat hij daarmee bedoelt wordt geïllustreerd door de volgende verhaal uit vervlogen tijden: Een brugwachter beheerde verschillende bruggen. Om de bruggen te openen moest hij van de ene naar de andere brug fietsen. Dat was toch wel inefficiënt en werd er besloten dat er nog twee brugwachters aangesteld moesten worden. Maar die drie brugwachters moesten natuurlijk gemanaged worden en dus kwam er een manager bij. Die had natuurlijk een secretaresse nodig en voor deze vijf mensen was een financiële en personeelsadministratie nodig en terwijl de brugwachters hun werk deden moesten de andere mensen natuurlijk een pand hebben om hun werk te doen. Maar ja, dan moet er ook een schoonmaakster, een portier en een koffiedame komen. Al met al werd dit voor de gemeente een ferme post op de begroting en besloot men tot een reorganisatie: de drie brugwachters kregen ontslag aangezegd.

Een variant van de wet van Parkinson is de wet van de goudvissenkom: als je verhuist naar een te groot bedrijfspand, zal het aantal werknemers vanzelf groeien. Een goudvis in een kleine kom zal klein blijven, een goudvis in een groter vijver daarentegen zal zijn maximale grootte aannemen.

10 De wet van Benford
Benford is een natuurkundige die in de jaren ’30 een merkwaardig fenomeen met betrekking tot het voorkomen van getallen beschreef. De wet stelt dat in een verzameling getallen, bijvoorbeeld beurskoersen in de krant, inwoneraantallen van landen, getallen in facturen of belastingaangiftes, de meeste getallen met een 1 beginnen en het voorkomen van de daaropvolgende cijfers steeds verder afnemen met dus de minste getallen die met het cijfer 9 beginnen. Om precies te zijn is de verdeling als volgt: getallen die beginnen met het cijfer 1:30.1, 2: 17.6, 3: 12.5, 4: 9.7, 5: 7.9, 6: 6.7, 7: 5.8, 8: 5.1 en 9: 4.6.

Deze wet wordt gebruikt bij het opsporen van fraude. Stel dat iemand zijn belastingaangifte vals invult, dan is de gedachte vaak: ‘Het moet niet opvallen dat ik wat zit te verzinnen hier, dus ik moet de getallen mooi gelijkmatig spreiden’. Dat betekent echter dat de getallen niet aan de wet van Benford voldoen en de fraudeur lelijk door de mand valt.